CONTACTINFO ALLE PAROCHIES DEKENAAT ZOTTEGEM          

 

 
 
 
 

CONTACTINFO PAROCHIE ZOTTEGEM

 
 
 
 
Tekst vergroten

OP WEG NAAR EEN NIEUWE PAROCHIE - Impuls door Dieter Van Belle tijdens de vormings-en gespreksavond op 27 november

 

1.      De vreugde van het evangelie

‘De vreugde voert ons naar dit huis, waar ’t Woord aan ons geschiedt.
God roept zijn Naam over ons uit en wekt in ons het lied’
(ZJ 754).

 

-          De dichter zegt het met weinig woorden, maar heel trefzeker: ons geloof heeft alles te maken met vreugde. En vreugde zet mensen in beweging. Ze brengt hen van overal bijeen. Die verzameling ‘naar dit huis, waar ’t Woord aan ons geschiedt’, die noemen we de Kerk. Dat is ook wat hier nu gebeurt. Vreugde om wie of wat? Eenvoudig om wie God is: ‘Iemand die zijn Naam over ons uitroept’, dat wil zeggen, die zich helemaal aan ons verbindt.

Als dat werkelijk waar is, als God zo is, dan wordt ‘een lied in ons gewekt,’ een lied van vreugde en van dankbaarheid. Als God zó is, Iemand die zijn ‘aangezicht’ toont, ‘die tot ons spreekt’, ‘die ons brood wordt’ (strofe 6), dan wordt alles anders.

 

-          Goede vrienden, iemand die dat heel sterk beseft en die het met heel zijn persoon onder onze aandacht wil brengen, is paus Franciscus. Precies het eerste document dat hij aan de wereldkerk heeft gegeven en dat helemaal van zijn hand is, draagt als titel de ‘De vreugde van het evangelie. Evangelii Gaudium’ (2013). Zo luiden de eerste woorden:

‘De vreugde vervult het hart en het hele leven van hen die Jezus ontmoeten.
Zij die zich laten redden door Hem, worden bevrijd van zonde, verdriet, innerlijke leegte en isolement’
(EG 1)

 

-          Dat is een straffe uitspraak en een grote belofte: dat de herhaalde ontmoeting met Jezus een mens omvormt en gelukkig maakt. We zouden het soms vergeten: ons geloof is een zaak van vreugde! Paus Franciscus schrijft dat christelijke verkondigers soms lijken op mensen die terugkeren van een uitvaart (EG 10), dat ons geloof soms lijkt op een langgerekte vasten zonder Pasen. Hij wil niet blameren, verre van, hij wil uitnodigen. En misschien heeft hij gelijk en draait ons christenzijn te veel om inzet, verplichtingen, verantwoordelijkheden, vergaderingen en werkgroepen, en zien we niet goed meer dat het evangelie niet zozeer gaat om iets dat van ons gevraagd wordt, maar om iets dat ons gegeven is. Daarom:

‘Ik nodig iedere christen uit, waar hij ook is en in welke situatie hij zich ook bevindt, om vandaag nog zijn persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus te hernieuwen…’ (EG 3).

 

-          Vanavond gaat over de nieuwe op te richten parochie, hier in Zottegem. Misschien bent u wat ongeduldig ‘wanneer komt hij ter zake?’. Maar uit de grond van mijn hart: we zijn al ter zake gekomen.

Er zal niets nieuws zijn aan de zogenaamde ‘nieuwe’ parochie als we niet vertrekken bij die omvormende ontmoeting met Jezus Christus. De parochie zal zich maar vernieuwen naarmate ze een plaats wordt waar christenen de vreugde van het evangelie ondervinden, én er andere mensen, die misschien verder van het geloof staan, in kunnen betrekken.

Want we weten het toch allemaal uit ervaring: ‘goedheid wil zich altijd meedelen’ (EG 9). Als ons iets moois overkomen is, willen we dat aan iemand zeggen. Zo is het ook met het evangelie: de vreugde wordt nog groter naarmate ze zich wegschenkt (EG 10).

 

2.      De motor van een omvorming

-          Het delen van vreugde brengt me bij een volgend stapje. Als we begrepen hebben dat de grootste uitdaging erin bestaat om opnieuw in de vreugde van het evangelie te gaan staan, om als christenen te léven en niet gewoon te overleven, dan verandert dit de manier waarop we Kerk vormen. De vreugde wordt dan de motor van wat P. Franciscus een ‘missionaire omvorming’ noemt. Het betekent niet dat we extra dingen gaan doen. Het gaat eerder om de manier waarop we de ‘gewone’ dingen doen: liturgie vieren, catechese inrichten, zieken bezoeken, gemeenschap beleven, enz. Altijd zó dat het aansprekend wordt voor mensen die  leven in een cultuur die het geloof niet ondersteunt. Als een aanbod dus. Als een uitnodiging. We zijn immers op het moment van de waarheid gekomen: nu zal blijken of in onze cultuur de ontmoeting met Christus geloofwaardig is en een bron van vreugde en humaniteit kan zijn.

“Ik droom van een missionaire keuze die alles kan omvormen en wel zo, dat gebruiken, levensstijlen, werkroosters, taal en elke kerkelijke structuur meer de evangelisatie van de hedendaagse wereld dienen dan zichzelf. De structurele hervorming die voor de pastorale vernieuwing noodzakelijk is, kan slechts in die zin begrepen worden: maken dat ze allemaal meer missionair worden, dat de gewone pastoraal op alle vlakken meer wervend en open wordt; dat ze al wie pastoraal werkzaam is, constant naar buiten gericht houdt, en zo het positief antwoord bevordert van allen aan wie Christus zijn vriendschap aanbiedt” (EG 27).

We worden uitgedaagd om een omslag te maken van een pastoraal van verzorging – elk jaar opnieuw zien dat het allemaal loopt, volgens de vertrouwde draaiboeken – naar een missionaire pastoraal (EG 15).

 

3.      De bedoeling van een parochie

-          Laten we het nu eens toepassen op de parochie. Er zijn natuurlijk nog andere gestalten van Kerk (bijv. een religieuze gemeenschap, gezin,…), maar typerend voor de parochie is dat je er alles vindt wat nodig is om te leven als christen. Dat is haar zending. Dit is veel meer dan alleen zorgen voor misgelegenheid. De redenering ‘als er een mis is, is er een parochie’, is eerlijk gezegd een uitholling van het kerkelijk leven. Nee, je moet er Jezus kunnen leren kennen, de sacramenten vieren, samen bidden, een nieuwe stijl van leven ontdekken, het geloof verdiepen, samen iets kunnen doen voor wie het minder goed heeft. Dat alles moet de parochie kunnen aanbieden, niet enkel aan wie nu in de kerk zit, aan één generatie, maar aan alle mensen uit een streek die met haar in contact komen, op welke manier ook. Een bad van geloof (denk aan de doop!), zo zou ik de parochie willen noemen.

 

-          Een plaats dus waar je helemaal kan ondergedompeld worden in het geloof. Zo’n plaats voorzien, dat is een hele uitdaging. Het is lange tijd kunnen gebeuren in een fijnmazig parochienetwerk. In ons bisdom zelfs op 430 plaatsen: in Bevegem, Elene, Erwetegem, Godveerdegem, Grotenberge, Leeuwergem, Oombergen, enz. Tot in de kleinste dorpjes kon je je – in theorie althans – onderdompelen in een kerkelijk bad. Dit was alleen maar mogelijk in een cultuur waar het geloof vanzelf het leven van de mensen binnenkwam. Zo is het bij de meesten onder ons gegaan: we moesten er niets voor doen.

 

-          Dit is vandaag helemaal anders. Het gevolg is dat niet alle huidige parochies en kerkjes van het dekenaat Zottegem nog ‘badplaatsen’ zijn (het is ook niet nodig). Iets anders zeggen, klinkt misschien vriendelijker, maar is niet de waarheid. We zien het toch in onze eigen families, en bij onszelf: de cultuur is seculier geworden en het geloof een keuze. De volkskerk van weleer, met al haar charmes en verdiensten, is voorbij. Dat is géén beslissing, ook geen kwestie van schuld, dit is eigen aan onze cultuur. Is het nu ‘slechter’ dan vroeger? Nee. In tegendeel, er zijn nieuwe kansen. Het christendom heeft toekomst. Alleen brengt deze tijd ons in een andere modus, een andere manier van handelen. De parochie moet nu meer doen dan enkel het geloof bevestigen in rituelen: ze moet het evangelie opnieuw gaan ontdekken én het leren aanbieden als iets geheel nieuws. Het geloof is niet versleten, het is alleen nog onbekend! Hier heb je ze weer: de missionaire omvorming.

 

-          Wie onder ons parochiaal geëngageerd is, voelt het goed aan: op dit ogenblik kunnen we in de die nieuwe ‘modus’ van kerk zijn niet veel investeren. We hebben bijna al onze kracht nodig om het bestaande overeind te houden. Natuurlijk wordt er hier en daar al wat vernieuwd. De catechese bijvoorbeeld is dan niet langer een zaak van lesjes voor kindjes, maar een kerkervaring voor het hele gezin én voor de parochie zelf.

Maar we moeten nog iets moediger zijn. En niet talmen. De tijd dringt. Met ‘moediger’ bedoel ik niet dat we nog harder moeten werken. Dat eenieder nu in drie in plaats van in twee werkgroepen moet zitten. Nog eens, het evangelie is geen kwestie van uithouding of heldendom (vgl. EG 12)… het gaat om een cadeau.

 

-          Gelukkig is de parochie flexibel: ze kan zich aanpassen aan de omstandigheden. Dat is heel de geschiedenis door gebeurd. Het zal (hopelijk) ook nu gebeuren. Om haar zending in een niet-christelijke cultuur te volbrengen hoeft ze geen religieuze bodembedekker te zijn die elke vierkante meter bezet, wel een oase.

 

4.      Van ‘territorium’ naar ‘locus’

-          De parochie, we zien haar spontaan als territorium (een wijk, dorp, een deel van een stad), een gebied, maar we zeggen dan nog niets over de inhoud. Het is daarom juister te denken aan een concrete ‘locus’, een aanwijsbare plaats waar de onderdompeling in het geloof kan gebeuren, waar álles voorhanden is voor het christelijk leven. Waar Christus zelf in het midden staat. Waar je naartoe getrokken wordt en er omwille van Hem weer uitgezonden wordt. Parochies in die zin kunnen en moeten niet overal zijn. Als degene die er zijn maar uitstralen in hun omgeving. Dat zijn de oases van daarnet.

 

-          Als ik het beeld van een oase gebruik, betekent dat niet dat de rest dorre woestijn moet worden. Nee, de nieuwe parochie, die haar ‘locus’, haar centrum dus hier in Zottegem zal hebben, zal tegelijk een aantal plaatsen overkoepelen waar hopelijk nog iets van kerkelijk leven is, zij het niet meer ‘alles voor iedereen’ (=’parochie’). De initiatie bijvoorbeeld zal zich meer en meer hier rond de dekenale centrumkerk gaan concentreren. Dit wordt dé parochiekerk. En het zou geweldig zijn als dit een plaats is waar ook binnen 20 jaar nog nieuwe mensen in het bad van het geloof kunnen stappen en de vreugde van het evangelie kunnen proeven.

 

-          Misschien helpen twee beelden die Jezus zelf gebruikt om de verhouding te typeren tussen de centrale plaats en de omliggende kerkplekken: licht op een statief, en zout in het eten.

o   De centrale kerk, de parochiekerk is de licht-plek: ze straalt uit en trekt aan, hier verzamelen we op zondag. Op middellange termijn eerst ook nog op een aantal andere plaatsen, maar als we eerlijk willen blijven moeten we ook het lange termijnperspectief voor ogen houden: binnen een goeie tien jaar, zal voor heel Zottegem dé zondagseucharistie deze zijn van de dekenale kerk. Het is geen doemscenario: het is iets om naar uit te kijken.

o   Andere plaatsen in Groot-Zottegem (ook ‘kerkplekken’) worden zout-plekken. Licht straalt uit, zout geeft smaak van binnenuit. Groepjes christenen beleven er iets van het evangelie: ze houden de kerk open, ze komen in de week wel eens samen om te bidden, bijv. op marktdag, ze vieren er het patroonsfeest, de uitvaartliturgie, er zijn mensen die zorgen dat een aantal buurtbewoners bezoek krijgen.

 

-          Beide zijn nodig, maar het is de lichtplek (centrale kerk) die de zoutplekjes in stand houdt. Want op zondag, en die dag moeten we opnieuw ontdekken met alle kansen die hij biedt, komen allen samen op de lichtplek, voor de eucharistie, de initiatie, de catechese, ontmoeting,...

 

5.      Geen groter gebied, wel een betere kwaliteit

-          Het is niet juist wat je soms hoort: dat dit alles een kwestie is van schaalvergroting (meer in stand houden met minder mensen en middelen). Een boekhoudersoperatie zou zinloos zijn: ze neemt de cultuur niet ernstig  en onderschat wat er vandaag nodig is om te geloven. Om maar iets te zeggen: slechts 0,75% van de ouders die een kindje laten dopen is kerkelijk. Het gaat er niet om de cijfers weer op te krikken, wel om deze mensen een gepast aanbod te doen.

 

-          Het ‘nieuwe’ van nieuwe parochie zit dus niet in de grootte ervan. Niet in het feit dat we St-Goriks-Oudenhove, St-Maria-Oudenhove, Strijpen, Velzeke gewoon samen ‘parochie in Zottegem’ noemen en klaar is kees. Nee, de uitdaging is niet om met minder mensen hetzelfde te blijven doen. De uitdaging is niet om met minder priesters voort te kunnen. De kwestie is dat de parochie een missionair elan krijgt, dit wil zeggen dat ze zich zo organiseert dat ze aan mensen van deze tijd de kans biedt om het geloof te ontdekken en erin te groeien. Concreet:

o   Niet dat er ‘nog een mis’ is, weegt door, wel hoe er gevierd wordt. Zódanig kwalitatief en met een zódanige gemeenschap dat het aansprekend wordt, voor oud en jong, en ook voor passanten. Dit kan maar, als we ons verzamelen op minder plaatsen. Als onze voorgangers niet moeten hollen om alle huidige kerken en kerkjes te bedienen.

o   Missionair elan betekent ook dat de diaconie niet aan een paar grote organisaties is uitbesteed, maar een echt dienstwerk wordt vanuit de gemeenschap.

o   En ook de catechese ‘bekeert’ zich dan: ze richt zich tot allen. Ze vindt plaats binnen en niet naast de gemeenschap. Zodanig dat doopsel, de eerste communie en het vormsel, maar ook het huwelijk echte kansen worden tot ingroei in de gemeenschap en in het geloof.

 

6.      Een gedachteoefening

-          Een gedachtenexperiment om het nog wat scherper te stellen. Bedenk eens dat hier in het Zottegemse op een goede dag een niet-gedoopte volwassene geïnteresseerd raakt in het evangelie. Dat is niet zo exotisch als je zou denken: elders gebeurt het al, morgen kan het ook hier het geval zijn. Voor ons is het geloof misschien een aflopende zaak – onze kinderen en kleinkinderen hebben afgehaakt – maar meer en meer zal het voorkomen dat enkelingen in alle vrijheid aankloppen met een verlangen naar geloof. Niet velen, maar waarom moeten het er velen zijn? Dát het gebeurt is het voornaamste. Dit is alleen maar mogelijk in de cultuur waarin we nu leven en daarom zei ik: het christendom heeft hier toekomst.

 

-          Welnu, hoe toont zich op zo’n moment de ‘nieuwe’ parochie? Het is eenvoudig de plaats waar zo iemand terecht kan. Men staat niet met de handen in het haar: ‘help, iemand wil christen worden, dáár hebben we geen draaiboek voor’. In tegendeel, die man of vrouw krijgt alles aangereikt om thuis te komen in het christelijk leven. Enkelen willen die persoon vertrouwd maken met de Schrift, met het gebed. Iemand wordt zijn of haar gids in het geloof.

Tussen haakjes. Dat veronderstelt dat we zelf meer vertrouwd worden met gebed, Schrift, … en daarom kan je zeggen dat een missionaire beweging altijd eerst een beweging naar binnen is (geloofsverdieping) en enkel zo naar buiten treedt.

Er is ook een parcours van catechese en initiatie waarin de hele gemeenschap mee stapt, er valt iets te beleven op zondag, men is hartelijk… Deze nieuwkomers zijn belangrijk voor ons. Niet om ons troepenaantal op peil te houden, maar omdat ze de Kerk van binnenuit vernieuwen en ons helpen onze eigen schatten te ontdekken.

 

-          Staan we trouwens nu al niet voor dezelfde uitdaging bij het contact met ouders die een sacrament vragen voor hun kind, of bij jonge mensen die willen huwen, of families die een dierbare verloren hebben...? Zij willen misschien niet christen worden, maar krijgen ze tenminste de kans iets van de vreugde van het evangelie te vernemen? Niet door hen te forceren natuurlijk, P. Franciscus nog eens:

‘De Kerk groeit niet door te proberen bekeren, maar ‘door aantrekking’’(EG 14).

-          Ik denk nu ook – ik kan niet anders – aan de volgende generatie. Ik kan van mijn kinderen geen gelovigen kan maken. We hebben ze laten dopen, nemen hen mee naar de kerk, mijn vrouw en ik proberen iets voor te leven. Maar de keuze voor het geloof is hun keuze, niet de onze. En die keuze moeten ze maken binnen een cultuur die hen op een overtuigende manier laat zien dat je perfect ‘zonder God’ kan leven… Ik heb het niet in de hand. Maar wat u en ik wél in de hand hebben, is dat die kinderen – gesteld dat ze er binnen tien of twintig jaar naar zouden zoeken – een plek vinden van vitaal geloof. Voor mensen van mijn en hun generatie hoeft dat niet achter het hoekje te zijn. Dat is bijkomstig. We hebben veel over voor een plaats van levend geloof en mooie liturgie, waar meerdere gezinnen zijn.

 

-          Bekeerlingen, passanten en de volgende generaties: die heb ik allemaal voor ogen als ik de nieuwe parochie probeer te omschrijven. En ik wilde u vanavond uitnodigen om hetzelfde te doen.  

 

7.      Tot slot

-          Zulke nieuwe parochies worden niet geboren aan bureaus of vergadertafels. En ook niet van vandaag op morgen. Het voornaamste is dat we samen op weg gaan. Vanavond, door hier te zijn, zetten we alvast een belangrijke stap. Dit alles zal weerstand oproepen: we zullen moeten kijken naar wat ons van mekaar verwijdert, naar wat ons verdeelt (‘die is niet van hier’, ‘ik ga niet naar daar’, ‘we doen het hier al jaren zo’). We worden uitgedaagd om met andere ogen te kijken naar iets dat ons vertrouwd is. En toch is de groei naar een vernieuwde parochie voor ieder een kans tot geloofshernieuwing:

‘Niemand moet denken dat deze uitnodiging niet voor hem is, want niemand is uitgesloten van de vreugde die de Heer brengt’(EG 3).

 

Om over uit te wisselen:

a)      Is het evangelie voor jou een bron van vreugde? Hoe?

b)      Heb je al eens ervaren hoe (missionaire) vernieuwing in catechese, liturgie, diaconie, ook nieuwe mogelijkheden schept?

c)      Waar zie jij kansen om stapjes te zetten richting nieuwe parochie?

Facebook
comments
  • Facebook: dekenaat.zottegem
  • Google+: 117476802429354614023
  • Twitter: Dekenaat
  • YouTube: dekenaatzottegem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

 

We hebben 68 gasten en geen leden online


Powered by JS Network Solutions